Top of this page
Skip navigation, go straight to the content
In de Wet Veiligheidsregio’s (WVR) wordt aan de besturen van de veiligheidsregio’s de verantwoordelijkheid opgedragen om een regionaal dekkingsplan voor de basisbrandweerzorg vast te stellen, als onderdeel van het beleidsplan veiligheidregio. In het bijbehorende Besluit Veiligheidsregio's (BVR) zijn de opkomsttijden van de eerste basisbrandweereenheid, de eerste ‘ondersteuningseenheid voor redden en blussen op hoogte’ en de eerste ‘ondersteuningseenheid voor hulpverlening’ genormeerd. Het besluit biedt de besturen de mogelijkheid van deze normtijden beargumenteerd af te wijken (tot maximaal 18 minuten), bijvoorbeeld door preventieve voorzieningen te treffen of gerichte risicocommunicatie in te zetten. Doelstelling van de wetgever is om hiermee het lokale bestuur aan te zetten tot een bewuste afweging van brandveiligheid, waarbij risicobeheersing en preparatie/repressie integraal worden beschouwd op basis van een risicoanalyse. Dit sluit aan bij de aanbevelingen die de Inspectie OOV de afgelopen jaren heeft gedaan over het versterken van de bestuurlijke aansturing van de brandweer.
Om de veiligheidsregio’s te ondersteunen bij realisatie van dekkingsplannen en de bijbehorende bestuurlijke afwegingen, biedt de NVBR ondersteuning binnen het project Implementatie Begeleiding Dekkingsplannen Brandweer (IBDB). Dit project bestaat uit de volgende pijlers:
In het Besluit Veiligheidsregio's (BVR) zijn de opkomsttijden vastgelegd. Voor de eerste basisbrandweereenheid gelden vier verschillende normtijden, 5, 6, 8 en 10 minuten, gedifferentieerd naar verschillende gebruiksfuncties uit het Bouwbesluit. Voor het redvoertuig gelden dezelfde tijden, maar dan uitsluitend voor gebouwen die door het bestuur van de veiligheidsregio zijn aangewezen. Voor het hulpverleningsvoertuig geldt in alle gevallen een opkomsttijd van 15 minuten.
Het Besluit Veiligheidsregio’s biedt de besturen de mogelijkheid van de normtijden voor de basisbrandweereenheid en het redvoertuig beargumenteerd af te wijken. Dit wil zeggen dat het bestuur kan besluiten voor specifieke objecten of gebieden een andere normtijd te hanteren, tot maximaal 18 minuten, “als de kosten-batenafweging, rekening houdend met het risicoprofiel, daartoe aanleiding geeft” (Memorie van Toelichting Besluit Veiligheidsregio’s). Het bestuur moet op basis van een risicoanalyse kunnen onderbouwen waarom de brandweer later ´mag´ komen, maar wordt niet verplicht tot het treffen van maatregelen. Doelstelling van de wetgever is echter wel om het lokale bestuur aan te zetten tot een bewuste afweging van brandveiligheid, waarbij risicobeheersing en preparatie/repressie integraal worden beschouwd op basis van een risicoanalyse.