Met het spoorboekje ligt er een concreet reisplan voor de inrichting van het onderwijsstelsel. Eerder werd met de notitie ‘Klaar voor sterk samenspel’ de bestemming bepaald. Het spoorboekje beschrijft hoe die bestemming bereikt wordt, aan de hand van vijf samenhangende sporen.
De uitwerking van deze sporen verschilt in detailniveau. Daarom wordt gewerkt in etappes, waarbij ruimte is om te leren van ervaringen in de praktijk en steeds bij te sturen waar nodig. Deze aanpak zorgt voor structuur én flexibiliteit in een complexe veranderopgave.
Het spoorboekje is besproken met het veld. Vakraden, vakbonden, het bestuur van het Landelijk overleg ondernemingsraden veiligheidsregio’s (LOOV), opleidingsinstituten, het NIPV, Bureau Toezicht Examinering en Certificering (TEC) en de werkveldadviescommissie (WVA) hebben hun inbreng kunnen geven.
Uit deze gesprekken blijkt een brede wil om samen te bouwen aan een beter werkend onderwijsstelsel. Ook is zichtbaar dat er steeds meer een lerende en reflectieve houding ontstaat in de praktijk. Dit is een belangrijke basis voor een succesvolle invoering.
Voor vakcentrales en ondernemingsraden is het belangrijk dat medezeggenschap goed wordt geborgd. Het spoorboekje biedt hiervoor duidelijke uitgangspunten, die in de volgende fase verder worden uitgewerkt.
Daarnaast vraagt het stelsel van blijvende vakbekwaamheid om een nieuwe impuls. De vakraad Leren & Ontwikkelen onderzoekt op dit moment hoe dit verder vorm kan krijgen.
Het programma Onderwijs Onderweg werkt aan een goed werkend onderwijsstelsel met praktijkgericht, flexibel en up-to-date onderwijs voor alle mensen van brandweer en crisisbeheersing in de veiligheidsregio’s. Meer informatie over het programma en de vervolgstappen zijn te vinden op het platform van Onderwijs Onderweg. Hier vind je ook belangrijke documenten, waaronder het ‘spoorboekje inrichting onderwijsstelsel veiligheidsregio’s’.