“Vroeger was het anders dan nu”, vertelt hij nuchter. “Het was vroeger niet slechter, maar we wisten heel veel niet. Door onderzoeken en betere appratuur is het werk makkelijker en beter geworden. Maar dat neemt niet weg dat het werk hetzelfde blijft: je moet blussen, zo af en toe mensen uit een auto halen.” Dat is niet altijd leuk, maar er zijn ook hartstikke leuke dingen bij.”

Als 18-jarige werd Jos gevraagd om destijds bij brandweer Ambt Delden te komen. Inmiddels zijn Ambt Delden en Stad Delden samengevoegd tot brandweer Delden. In 2013 werd brandweer Delden onderdeel van Brandweer Twente. “Je had toen het rode boek deel één en deel twee.” Jos haalt zijn duim en wijsvinger een klein stukje van elkaar. “Dat was alles met elkaar nog geen telefoonboek.” Hoe anders was het toen een van zijn zoons zich aansloot bij de brandweer. “Die had zo’n stapel mappen”, zegt Jos terwijl hij zijn armen een stuk uit elkaar houdt. “Maar het is hetzelfde als met autorijden: als je klaar bent met de opleiding, begint het pas.”
“Je leert veel door ervaring”, verduidelijkt Jos. Al wijst hij dan even naar de lesruimte boven de kazerne en vertelt hij over het belang van bijscholing. “Dat is heel interessant. Als je kijkt naar wat we nu allemaal weten: brandonderzoek, rooklezen – daar hadden we vroeger nooit van gehoord.” Hij grapt: “Rook was gezond, daar kreeg je sterke longen van.” Dan weer serieus: “Nu weten we dat witte rook heel anders is dan gele rook of zwarte rook.”

Behalve nieuwe onderzoeken en inzichten wijst Jos op de verbeterde apparatuur. Door rijgedrag op de wegen rondom Ambt Delden ontwikkelde Jos zich tot een ervaren autoknipper. “Vroeger deden we alles met een slijpschijf, want we hadden niets anders. Ik weet nog dat we de eerste Holmatro kregen, ik zie hem nog zo liggen in z’n kistje”, glundert Jos. “Dat was gewoon met een handpomp. Nog weer later kwam de Holmatro met een slang, wat eigenlijk wel prima werkte. Dashboardlifts deed je toen nog niet, we trokken de stuurstang zo door het dashboard. Onder de motorkap opstoppen, ketting eraan en spreider dicht laten trekken. Maar die technieken zijn er helemaal niet meer.”
Tijdens een eerder jubileum werd er een fotoboek gemaakt met bijzondere inzetten. “Het meeste blijft je wel bij”, zegt Jos. “De eerste inzet sowieso, en grote en opvallende dingen ook.” Dat gaat van de vuurwerkramp in Enschede tot een koe in de put. En bij nieuws over een eenzijdig auto-ongeval denkt hij altijd even terug aan een incident waarbij twee jonge mannen in een auto ‘om een boom heen’ terechtkwamen. “Dat was de eerste keer dat we nazorg kregen, dat was er in het begin niet.”
“Het is heel belangrijk: ga na afloop in de kazerne zitten, met een bak koffie of een pilsje en laat iedereen zijn ding zeggen. We zeggen hier constant, maar zeker na een ernstig ongeval: let goed op elkaar.”

Los van nazorg is elkaar in de gaten houden ook onderdeel van goed teamwork, vindt Jos. Iets dat in al die jaren juist níét veranderd is. En daarmee ook de reden waarom Jos zich al 50 jaar inzet voor de brandweer. “In je eentje kun je niets, we lossen het met z’n allen op. Zoals we hier in Twente zeggen: ‘met mekaar, veur mekaar’, het echte noaberschap.”
Na 40 jaar repressieve dienst in combinatie met een slechte knie, vond Jos het welletjes. Maar zijn plek in de kleedruimte heeft hij nooit hoeven afstaan: nog steeds hangt daar zijn oude uniform dat hij gebruikt bij het wassen van de voertuigen. Elke woensdag houdt hij zich bezig met het onderhoud in de kazerne. En elke maandag zet hij oefeningen uit voor de oefenavond. Zo kan hij zijn kennis en kunde overdragen aan een volgende generatie brandweermensen.
“Ik heb me echt verdiept in autoknippen, dat is een vak apart. Daar kan ik de jongens – en dames – goed in begeleiden.” Hoe hij dat doet? Niet te dicht er bovenop. “Als je weet hoe het niet moet, onthoud je het beter dan wanneer ik meteen corrigeer. Het is een oefening, dus knippen maar.”
Als het gaat om de jonge garde van de kazerne, dan is Jos vol lof. We hebben heel goede jonge mensen. Daar ben ik best wel trots op.” Een van hen is zoon Tom, die als kleine jongen al op de fiets sprong als zijn vaders pieper ging. “Dan stond hij eerder bij de brand, kon hij kijken hoe de brandweer eraan kwam. Dat is hem met de paplepel ingegoten. Inmiddels is hij bevelvoerder en chauffeur. Dat is toch mooi.”
Ondanks zijn liefde voor het brandweervak, kijkt Jos er ook met een nuchtere blik naar. “Het einde voor mij zit er wel een keer aan te komen. Ik bekijk het van jaar tot jaar, maar ze willen me nu nog niet kwijt.” Eerst nog de blik vooruit: volgend jaar bestaat kazerne Delden 125 jaar, en Jos heeft al ideeën genoeg over hoe ze dat moeten gaan vieren.