Michel verruilt Utrecht voor Saba

21 augustus 2026

25 jaar lang was Michel Verbeek beroepsbrandweerman in Utrecht. Al die tijd had hij de wens om ooit eens in het buitenland te wonen en te werken, maar dat liep toch anders. Totdat hij een vacature onder ogen kreeg die helemaal bij hem paste. Inmiddels is hij brandweerman op Saba.

Van manschap werkte Michel zich uiteindelijk op tot plaatsvervangend ploegleider. “Alle rollen heb ik wel gehad: chauffeur, op de hoogwerker, duiker, noem het maar op. Een mooie tijd was het in Utrecht. Ik heb altijd een combinatie willen maken van werken in het buitenland en in Nederland. De winter in het buitenland, de zomer in Nederland. Dat was m’n droom. Maar dan ga je trouwen, krijg je kinderen en loopt alles toch anders dan dat je in je hoofd had.”

“Misschien moet ik het gewoon doen”

Uiteindelijk zat hij een tijdje thuis met een blessure – inmiddels woonde hij samen met zijn nieuwe vriendin. “Dan ga je alles toch overdenken. Ik werd 55 en kon nog gebruikmaken van de FLO-regeling om met vervroegd pensioen te gaan. Maar wilde ik dat wel? Op een gegeven moment kreeg ik van collega’s een advertentie doorgestuurd, ze zochten iemand voor de brandweer in het Caribisch gebied. Toen dacht ik: misschien moet ik dat maar gewoon doen!”

Overeenkomsten met Utrecht zijn dezelfde bluskleding en hetzelfde operationeel uniform. Ook de voertuigen zijn vergelijkbaar en de opleidingen en examens zijn allemaal hetzelfde (via het NIPV).

Verschillen tussen Utrecht en Saba

“Wat wel een groot verschil is: we zijn als korps verdeeld over drie eilanden, namelijk Sint Eustatius, Bonaire en Saba. Bonaire is het ‘hoofdeiland’ en dat ligt wel wat verder. Dus iets bestellen duurt relatief lang, soms is dat wel een uitdaging. Ook qua opschaling bij grotere incidenten duurt het even voor er ondersteuning is. Je hebt niet zoals in Utrecht binnen vijf of tien minuten een tweede TS ter plaatse. Daarnaast is geoefendheid een punt van aandacht. We zijn met weinig mensen en hebben niet veel incidenten. Dus het is belangrijk dat we goed en vaak met elkaar oefenen.”

Praktisch werkt het op Saba allemaal ook net wat anders dan in Utrecht. Waar Michel als beroeps in Utrecht volledig gekazerneerd werkte, wordt dat op het eiland afgewisseld met piketdienst.

Ook op vrije dagen oproepbaar

Michel vertelt: “Onze kazerne bevindt zich op de luchthaven, daar zitten we van zonsopgang tot zonsondergang, want dan is er vliegverkeer. Daarna ga je naar huis en heb je piket. Dan kun je alsnog opgeroepen worden. Dat doe je twee dagen en dan ben je twee dagen vrij. Maar: ook op die vrije dagen ben je in feite oproepbaar. We zijn met zo weinig mensen. Als er echt wat gebeurt moet je gewoon paraat staan. Al bij al ben ik hier meer met de brandweer bezig dan in Nederland.”

Vermiste toeristen redden

Qua incidenten gaat het voornamelijk om ‘search and rescue’. “Dus mensen, met name toeristen, die vermist zijn. We hebben hier de hoogste berg van Nederland (Mount Scenery, van 870 meter, red.) en veel ecotoerisme. Mensen beklimmen die berg en dan gaat er wel eens wat mis. Ze breken een enkel, raken vermist en komen om wat voor reden dan ook niet meer naar beneden. Dan moeten wij aan de bak.”

Uiteraard rukken Michel en zijn collega’s ook uit voor brand, maar dat gebeurt relatief weinig. Als er brand is, is waterwinning vaak wel een uitdaging, ondanks dat Saba een eiland is.
“Bebouwing ligt vaak op vierhonderd meter hoogte, dus het is niet zo dat we de slangen even in de zee kunnen leggen”, legt Michel uit. “Huizen hebben een cistern (waterreservoir), voor hun eigen watergebruik. Die mogen wij als brandweer gebruiken. Overigens kunnen we lang niet overal komen met de TS, dus een draagbare pomp gaat ook vaak mee. Het is hier echt belangrijk om het incident goed uit vragen: waar is het precies? Kunnen we er komen? Moet de pomp mee? Redden we het met één voertuig?”

Fijn en veilig eiland

Oorspronkelijk zou Michel het avontuur voor enkele jaren aangaan, maar dat lijkt dus uit te lopen op een langere periode. Michel: “Ik mis mijn moeder, kinderen en twee kleinkinderen wel. Een derde kleinkind hopen we deze maand te mogen verwelkomen. Dat ik hen weinig zie is wel afzien. Ik moet dus gewoon vaak terug naar Nederland en zorgen dat ze hier zo nu en dan op bezoek komen, dan komt dat wel goed. Het plan is nu om hier te werken tot m’n pensioen, we hebben het echt naar onze zin.”

Lees meer bij Veiligheidsregio Utrecht.

Stel een vraag
Sluit stel een vraag box