“Mijn ouders hadden een café, horeca, alles door elkaar heen”, vertelt Sjef. “Omdat we dag en nacht open waren, kwam de meldknop voor de brandweer bij ons in de huiskamer hangen. Als er dan ergens brand was, kwam iemand naar binnen om te zeggen dat we op de knop moesten drukken. In 1974 zat ik met m’n zwager en nog iemand in het café, en kwam de commandant vragen of het niet iets voor ons was, om bij de brandweer te gaan.”

En dat was dat. Al was het destijds heel anders dan nu, vertelt hij. “Het oefenen was vooral slangen rollen, ladders plaatsen en op hetzelfde gebouw oefenen.” Langzamerhand werd het steeds specifieker, bijvoorbeeld woningbranden oefenen en dan met beperkte ademlucht naar binnen gaan. Wat wel hetzelfde is: de gezelligheid na afloop van de oefenavond.
Bij het oefenen en opleiden speelde Sjef een belangrijke rol – je zou kunnen zeggen dat hij generaties aan manschappen heeft begeleid. Zo begeleidde hij op de post Bergeijk nieuwe brandweermensen in hun traject en was hij twintig jaar lang hulpinstructeur bij brandweeropleidingen in de regio. Hij deed altijd zijn best om cursisten te helpen, vertelt Mark Toonders, posthoofd van post Bergeijk. “Of zoals hij zelf zegt, sturen. Dat hij bijvoorbeeld net even op de slang ging staan, zodat de cursist begreep dat hij nog wat vergeet. Totdat de examinator zei: ‘nu is het wel genoeg geweest’.” Zo kwam Sjef aan de bijnaam Zilvervos: “Hij verlies wel zijn haren, niet zijn streken.”
Vraag je Sjef hoe hij zo lang onderdeel is gebleven bij de brandweer, dan schudt hij een van zijn wijsheden uit zijn mouw: “Als je niet vecht voor een lang huwelijk, dan kun je het best zo snel mogelijk afscheid nemen.” Dat geldt volgens hem ook voor het gehele hulpverleningsvak. “Je moet er namelijk wel wat voor doen, het komt je niet aanwaaien. Je moet goed geschoold blijven en kennis willen begrijpen én aannemen. Want elke brandweerman is eigenwijs en neemt niet alles aan.”
Advies aan brandweermensen heeft hij ook: praat. “In ons vak is het altijd van nul naar 150 procent en je weet nooit precies wat je tegenkomt. Sommige dingen zijn ontzettend moeilijk. Laat dat niet opstapelen, maar begin op tijd met praten. Gelukkig is er tegenwoordig goede ondersteuning.”
Zelf merkte Sjef dat elke levensfase andere uitdagingen met zich meebrengt op emotioneel vlak. “Als je jong bent, kun je moeilijker schakelen als er iets heftigs gebeurt. Op den duur doe je daar ervaring in op. Dan komt er een tijd dat het lastiger wordt, bijvoorbeeld omdat je zelf kinderen hebt. En als je wat ouder wordt, verwerk je dingen wéér anders.
Door de jaren heen heeft Sjef ontzettend veel kunnen bijdragen aan de post: zijn kennis van autotechniek (Sjef werkte als zelfstandige garagehouder), zijn kennis over alle nieuwe opleidingen, zijn voorliefde voor structuur, waardoor tankautospuiten altijd schoon en compleet terugkwamen van oefeningen… Maar wat hem echt bijzonder maken, is volgens Mark Toonders zijn passie, drive en verbinding. “Ik denk dat heel de regio hem kent.”
Sjef kreeg eerder al een koninklijke onderscheiding, en in april dit jaar een eervolle vrijwilligersonderscheiding van de gemeente.