Het team bestaat uit zoek- en reddingspersoneel, verpleegkundigen en artsen, speurhondengeleiders, bouwkundigen, ondersteunend personeel en leidinggevenden. Zij werken in het dagelijks leven bij Defensie, de politie, Haaglanden Medisch Centrum, Regionaal Ambulance Vervoer in Zuid-Holland of de brandweer. Ze komen van de veiligheidsregio’s Hollands Midden, Haaglanden, Zuid-Holland Zuid en Rotterdam-Rijnmond.
Brandweerman Alexander Twigt vertrok eind juni naar Venezuela voor een reddingsmissie. Bas van Kempen is als productgroepbeheerder bij het NIPV verantwoordelijk voor het dagelijks onderhoud en beheer van alle USAR-materialen. Zelf was hij ook 8 jaar lang onderdeel van USAR. Jim Koppelaar is projectleider materiaal bij het NIPV en houdt zich bezig met specifieke projecten rondom USAR-materialen – bijvoorbeeld de innovatie van ICT-middelen.
Hoe ervaren zij een missie?

Niet lang nadat het nieuws over de aardbeving in Venezuela bekend wordt, krijgt Alexander een alarmering op zijn telefoon. Een internationale inzet. Is hij beschikbaar? Hij geeft aan van wel, waarna hij een tijdstip krijgt waarop hij verwacht wordt. “Als het alarm gaat, word ik gelijk vrijgesteld van werk. Ik trek nog even de laatste dingen recht, en ga dan langs mijn kinderen van 12 en 14. Die wil ik nog even zien voordat ik wegga.” Vervolgens controleert hij zijn spullen op de kazerne in Capelle aan den IJssel, waarna hij met zijn club naar Zoetermeer vertrekt.
In Zoetermeer is er dan al volop bedrijvigheid. De locatie van het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) herbergt de materialen en de kantoorruimtes van USAR. Daar is het pre-headquarters al opgestart: een paar mensen treffen voorbereidingen voordat het land in nood officieel om bijstand heeft gevraagd. Zodra de inzet zeker is en bekend is hoe laat het vliegtuig van Eindhoven kan vertrekken, start de backwards-planning. Hierdoor weet iedereen hoe laat de collega’s van de uitzending in Zoetermeer moeten zijn, hoe laat de spullen op het vliegveld moeten zijn.
Bas laat een maaltijdpakket zien
“In Zoetermeer moeten we een bepaalde route volgen met een stempelkaart “, vertelt Alexander. “Paspoort, vaccinatieboekje en thuisgegevens controleren, een medische check.” Vervolgens krijgen ze hun maaltijden en drinken mee en stappen ze de bus in naar Eindhoven.
Het USAR.nl-team is met zo’n 65 mensen op locatie, in Venezuela 10 dagen lang. Al die dagen zijn ze compleet zelfvoorzienend. Dat betekent 16 ton aan spullen: materialen, gereedschappen, douches, tenten, een complete medische tent waarin een arts operaties kan uitvoeren.
Al ruim voordat de collega’s aankomen op Eindhoven, heeft het team van Bas de trailer met al die spullen al naar het vliegveld gebracht voor het inchecken van de vracht. “Daar begint het hele uitladen”, vertelt hij. “Iedere kist gaat door de scanner, elk boutje en moertje wordt bekeken. Daarnaast heb je natuurlijk nog de gevaarlijke stoffen zoals benzine en diesel, waarvan alle documentatie moet kloppen.” Dit kost zo 6 tot 7 uur – grote kans dat de medewerkers van Eindhoven tot diep in de nacht doorwerken om ervoor te zorgen dat het vliegtuig daadwerkelijk de dag erna kan vertrekken.
En terwijl het USAR-team in de lucht onderweg is naar het rampgebied, is het team in Nederland druk met de voorbereidingen voor de aankomst. Contacten met ministeries, met de ambassade: alles om te zorgen dat het team ter plekke een grof inzetplan heeft, een plek voor het basiskamp en misschien al een zoekgebied.
Bas, Jim en de andere collega’s van materialen schakelen over naar facilitaire ondersteuning voor headquarters. Omdat Bas alle materialen kent die meegaan op missie, weet hij precies in welke kist wat te vinden is. “Ik krijg heel wat telefoontjes en appjes van mensen die ter plekke iets zoeken. Bijvoorbeeld sleutel 10 – dan weet ik: in die kist, met dat nummer en die kleursticker, in een zijvakje van die specifieke tas.”
“Je gaat erheen om mensen te redden”, vertelt Alexander. “En dat hoop je ook echt. Wij komen daar om te helpen. Maar ook om mensen hoop, troost en perspectief te bieden. Ze worden gezien, gehoord. Je bent niet alleen: er komen mensen vanuit de hele wereld om jullie te helpen.”
Als het team op een locatie komt, zijn nabestaanden soms aan het zoeken naar dierbaren. Sommigen graven met hun blote handen, anderen hebben ergens een pikhouweel vandaan gehaald. Wat Alexander bijblijft, is de dankbaarheid van mensen. “Al liepen we van ons busje naar een gebouw toe, dan werd je al tien keer op je schouders geklopt en krijg je handen en alles. Dat je er alleen al bent, ook al heb je nog niets gedaan, daarvoor word je al bedankt.”

Het USAR-team werkt volgens een vast patroon: de situatie beoordelen, aanroepen, luisteren, speurhonden inzetten. “Als dan blijkt dat er geen overlevenden zijn, moet je daar eerlijk in zijn en het niet mooier maken dan het is. Die eerlijkheid wordt heel erg gewaardeerd, je haalt ook onzekerheid weg bij mensen.”
Een ander moment dat indruk op Alexander maakte, was het moment dat ze op een worksite aankwamen waar nog drie mensen zouden liggen. Samen met zijn buddy ging hij een gat in dat al in het puin was gemaakt. Na een tijdje werken herhaalden ze het proces van aanroepen. “We hoorden iemand schreeuwen onder het puin vandaan. Het kippenvel stond op mijn arm, wij dachten: die gaan we redden. Maar helaas vonden we haar te laat, ze was al overleden.”
Hoe ga je om met alle ellende die je ziet en meemaakt? “Na elke shift praat je er met elkaar over. Maar ook als je van locatie naar locatie gaat, doe je dat. En daarnaast is er ruimte voor een grapje of een grolletje, om even te ontspannen.” Zoals de tolk bij het vertrek zei: “Thank you for finding ways to laugh in the crisis. You made me laugh when I wanted to cry.”
Terwijl het USAR-team ter plekke nog volop aan het werk is, starten in Zoetermeer de voorbereidingen voor de terugkeer. Na de inzet vertrekt het team op missie naar een andere locatie, voor debriefing, evaluatie en ontspanning. In het geval van Venezuela was dat Curaçao. Last-minute weet Bas in Nederland nog 90 zwembroeken en 20 badpakken aan te schaffen. “Ik zeg altijd: wat ze vragen, dat gaan we regelen. Of het nu een zwembroek of een taxi is, wij zorgen dat ze ontzorgd worden.”
In Curaçao gaat iedereen langs de arts, eventueel naar een psycholoog, of gewoon aan het zwembad liggen – in die zwembroeken die Bas kort daarvoor heeft geregeld. “Even acclimatiseren voordat je terugvliegt naar Nederland: bijkomen en relativeren”, legt Alexander uit. Op Eindhoven is er nog een korte afsluiting als team en vervolgens wordt iedereen opgewacht door vrienden en familie. “De nazorg is thuis ook goed geregeld: de psycholoog belt, de teamleider belt – even bespreken hoe het is en hoe alles ging.”
Alexander werd opgewacht door zijn dochters. Foto: Megin Zondervan
Ondertussen zijn de collega’s in Zoetermeer druk om de trailer weer vol te krijgen. Van de 16 ton aan materialen is uiteindelijk 1,6 ton weer in Nederland teruggekomen. Vrijwel alles is gedoneerd in Venezuela. Op basis van een investeringsplan is er een achterblijflijst gemaakt: welke spullen staan op het punt om vervangen te worden? En welke spullen hebben zoveel levertijd, dat ze wel mee terug naar Nederland moeten?
Dit gaat natuurlijk in overleg met het team dat ter plaatse was. “Moet exact hetzelfde terug, of misschien toch iets anders?”, vertelt Jim. “Soms zijn er nieuwe inzichten opgedaan, of hebben ze materialen gezien bij collega’s uit andere landen.”
Want dan begint het weer voor Jim en Bas: het streven is om het USAR-team zo snel mogelijk weer inzetbaar te krijgen en de trailer weer volledig klaar te hebben voor een mogelijke volgende missie. Lopend door de grote hal in Zoetermeer wijst Bas op de nu nog wat lege stellingkasten: “Hier staat normaal ruim 1000 liter water in flesjes en 500 liter in pakken.”
Ook als alles is aangevuld staat het werk niet stil: waar Bas zich dagelijks bezighoudt met het onderhoud en beheer van de materialen, verdiept Jim zich in innovatieve nieuwe materialen. Momenteel werkt hij aan de voertuigen voor binnenlandse missies en search cams: camera’s waarmee je diep in gebouwen kunt kijken of daar nog overlevenden te vinden zijn.
Jim en Bas op de NIPV-locatie waar de USAR-middelen worden opgeslagen.
“Door het jaar heen trainen we heel veel”, vertelt Alexander. “Daar hebben we kunnen doen waarvoor we getraind hebben. Je gaat erheen om mensen te redden, en dat hoop je natuurlijk ook. Maar er zit zoveel meer achter dan iemand levend onder het puin vandaan halen. Daar kijk ik met trots op terug.”