Het brandweervak werd Mart met de paplepel ingegoten. Zijn vader werkte als brandweervrijwilliger en zijn oom als beroeps brandweerman. Dit inspireerde hem om in 2017 als vrijwilliger bij de post Losser te solliciteren. “Het is werk waarin je écht verschil maakt,” vertelt hij. Inmiddels woont Mart met zijn vrouw, kind en huisdieren net over de grens, in Gildehaus. Sinds een jaar draagt hij niet alleen het Nederlandse, maar ook het Duitse pak.
Mart Kerver in zijn Nederlandse pak
De overstap naar de Duitse brandweer kwam vanzelf. “Een paar buurtbewoners vroegen of ik niet ook bij de vrijwillige brandweer in ons dorp wilde. In Duitsland werkt de brandweer vrijwel alleen met vrijwilligers. Dat is écht vrijwillig: je krijgt geen vergoeding en alles gaat in eigen tijd. Juist daardoor is de kameraadschap heel sterk.”
Het contrast tussen beide systemen is groot. Waar Nederland een mix kent van beroeps en vrijwilligers, draait Duitsland bijna volledig op vrijwilligers. Dat zie je terug in de organisatie, de middelen en de manier van oefenen.
“In Twente heeft elke post een tankautospuit en vaak één of twee specialisaties. In Gildehaus staan er gewoon drie tankautospuiten, een commandowagen en nog allerlei bussen. Oude voertuigen worden daar niet weggedaan, maar blijven gewoon in de kazerne. Bij een melding rijdt alles mee, ook voor een kleine prullenbakbrand.”
Ook in de opleiding zijn er verschillen. In Nederland duurt de leergang manschap twee jaar, in Duitsland kan je binnen een jaar operationeel zijn. Ademlucht is daar een specialisatie, terwijl het in Nederland tot de basis behoort. “Daar kunnen we van elkaar leren,” zegt Mart. “Qua vakbekwaamheid is Nederland verder, maar Duitsland blinkt uit in inzetbereidheid en kameraadschap.”
Mart Kerver in zijn Duitse pak
Het grensgebied brengt de twee werelden regelmatig samen. Zeker bij incidenten. “Duitse autoladders zijn bijna altijd sneller, omdat er in Duitsland veel meer autoladders beschikbaar zijn. Dan klimt een Nederlandse brandweerman samen met een Duitse collega naar boven. Op een paar taalverschillen na werkt dat prima.”
Toch zijn er uitdagingen. De meldkamers kunnen elkaar niet direct alarmeren vanwege privacyregels, en de taalbarrière speelt soms mee. “In Apeldoorn, waar nu onze meldkamer zit, spreken veel centralisten geen Duits. En Duitsers spreken vaak weinig Engels. Dat maakt snelle samenwerking lastig, terwijl we daar juist veel tijd mee zouden kunnen winnen.”
Het werken in beide landen levert Mart unieke inzichten op. Zo neemt hij Duitse technieken voor technische hulpverlening mee naar Nederland, en introduceert hij in Duitsland Nederlandse brandbestrijdingsprincipes. “In Nederland maken we eerst samen een inschatting voordat we naar binnen gaan. In Duitsland gaat de bevelvoerder wel verkennen, maar gaan de mensen vaak al tegelijk naar binnen. Dat schuurt soms met mijn instinct. Tegelijkertijd merk ik dat hun aanpak van technische hulpverlening sneller verloopt, omdat er minder tijd wordt genomen voor stabilisatie en men eerder overgaat tot de snelst mogelijke bevrijding van het slachtoffer.
De verschillen vragen flexibiliteit. Soms gaat de Nederlandse pieper tegelijk af met de Duitse. “Dan ligt het eraan waar ik ben. Ben ik thuis, dan trek ik mijn Duitse pak aan. Ben ik in Nederland, dan spring ik in het Nederlandse voertuig.”
Ondanks de verschillen ziet Mart vooral overeenkomsten. “Of je nu in Nederland of in Duitsland staat, de passie is hetzelfde. We zijn allemaal een beetje brandweergekkies. We willen mensen helpen en met elkaar het verschil maken.”
Zijn ervaring is bijzonder en niet voor iedereen weggelegd. Want wie niet in een grensgebied woont, komt niet zomaar bij een brandweerpost in het buurland terecht. Toch vindt Mart het waardevol om te delen. “Je leert veel door te zien hoe anderen het doen. Hoe meer ervaring je opdoet, hoe beter je je werk kunt doen. Bovendien is het mooi om te zien hoe collega’s in een ander land dezelfde passie hebben.”
Met de toenemende risico’s van droogte en wateroverlast ziet Mart de noodzaak van grensoverschrijdende samenwerking alleen maar groeien. “We hebben hier veel natuurgebieden. Grote incidenten stoppen niet bij de grens. Het is belangrijk dat we onze neuzen dezelfde kant op houden, van elkaar leren en elkaar gebruiken. Alleen zo kunnen we het beste voor onze inwoners betekenen.”