Toch gebeurt er achter de schermen veel om ervoor te zorgen dat brandweermensen en crisisfunctionarissen beschikken over actuele kennis en vaardigheden. Een belangrijke, maar relatief onbekende, speler daarin is de Werkveldadviescommissie (WVA). Met de benoeming van Harm Balk als nieuwe voorzitter is dat een mooi moment om deze ‘stille kracht’ eens uit te lichten.

Harm Balk is geen onbekende in de wereld van brandweer en veiligheidsregio’s. Sinds 1996 werkt hij in het vak en inmiddels is hij commandant en directeur van Veiligheidsregio Kennemerland. Wat minder mensen weten: zijn roots liggen in het onderwijs. En juist dat komt nu goed van pas. “Permanent leren is essentieel,” zegt Harm. “Niet alleen vaardigheden, maar ook zelfreflectie en hoe je je verhoudt tot anderen. De wereld verandert continu, dus ons vak en ons onderwijs moeten meebewegen.”
Die interesse in leren en ontwikkelen was ook de reden dat hij binnen de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) koos voor deze portefeuille en uiteindelijk het voorzitterschap van de WVA.
De Werkveldadviescommissie vormt de schakel tussen praktijk en onderwijs. Of zoals Harm het samenvat: “Wij zorgen dat wat mensen op straat meemaken, terugkomt in het onderwijs.” Concreet betekent dit dat de WVA kijkt naar de zogeheten kwalificatiedossiers: de basis van alle brandweer- en crisisopleidingen. Daarin staat wat iemand moet kennen en kunnen.
Volgens de werkwijze van de WVA worden die dossiers continu gevoed en bijgewerkt op basis van signalen uit het werkveld, ontwikkelingen in de praktijk en periodieke evaluaties.
“Het veld bepaalt uiteindelijk de inhoud,” benadrukt Balk. “Wij zorgen dat het systeem goed draait en dat de juiste mensen aan tafel zitten.”
De WVA is geen losstaande club, maar een plek waar verschillende werelden samenkomen. Aan tafel zitten onder andere vertegenwoordigers van de vakraden, mensen uit het opleidingsveld, vertegenwoordigers van vakcentrales en het NIPV als kennis- en onderwijsinstituut. Samen kijken zij naar de inhoud van functies en opleidingen binnen het hele domein van brandweer én crisisbeheersing. Dat integrale karakter is bewust gekozen. Een wijziging bij de brandweer kan effect hebben op crisisbeheersing en andersom.
Waarschijnlijk niet. En dat is precies de bedoeling. “Als je na vijf jaar nog nooit van de WVA hebt gehoord, is dat prima,” zegt Harm. “Ik heb liever dat iemand weet hoe je veilig een brand bestrijdt dan hoe ons onderwijsstelsel precies werkt.”
Toch is de impact groot. Want als het goed is sluiten opleidingen beter aan op de praktijk, blijven functies actueel en beweegt het vak mee met ontwikkelingen buiten de organisatie. Harm: “Als collega’s het gevoel hebben dat wat ze leren klopt met wat ze buiten tegenkomen, dan doen wij ons werk goed.”
De komende jaren staat de WVA voor een belangrijke opgave. Met het programma Onderwijs Onderweg wordt gewerkt aan een vernieuwd onderwijsstelsel voor de brandweer en crisisbeheersing. Volgens Harm is dat hard nodig: “Al jaren zien we onderzoeken die zeggen dat het systeem niet goed loopt. Nu is er echt vanaf de basis opnieuw gekeken. Dat geeft vertrouwen.” Tegelijkertijd vraagt dat om geduld. “Het gaat niet in één keer goed. We moeten durven oefenen, fouten maken en daarvan leren. Het is een complex systeem.”
Als voorzitter ziet Harm vooral één kernopdracht: verbinden. “Mensen bij elkaar brengen, zorgen dat iedereen aangehaakt blijft en dat we blijven leren. Ook van dingen die niet meteen goed gaan.” Daar hoort ook een belangrijke houding bij: begrip voor elkaar.
“We staan in het werk en in het leven soms tegenover elkaar door onbegrip of onzekerheid, niet door slechte intenties. Als we dat blijven zien, komen we verder.”
Als het aan Harm ligt, is het antwoord simpel: “Dan hebben we het systeem doorlopen, ervan geleerd en draait het. Dan is ‘struikelen’ de uitzondering geworden.” En misschien nog belangrijker: dat niemand het er meer over heeft. Want als de WVA onzichtbaar goed functioneert, betekent dat één ding: dat het onderwijs goed aansluit op de praktijk.