‘In Nederland is de brandveiligheid in de horeca sinds de brand in Volendam aanzienlijk verbeterd’, stelt Yfke de Boer, voorzitter van de vakraad Brandveiligheid van Brandweer Nederland. ‘Strengere regelgeving, verbeterd toezicht en meer bewustwording heeft hier een wezenlijke bijdrage aan geleverd. Maar veiligheid blijft mensenwerk tussen verschillende partijen dat onverminderd aandacht en alertheid vraagt.’
Omdat er vanuit het land veel vragen komen naar aanleiding van de brand in Zwitserland, publiceert Brandweer Nederland de antwoorden op de meest gestelde vragen.
Geen enkele situatie waarin veel mensen samenkomen is volledig zonder risico. Ook in Nederland kan brand ontstaan in horecagelegenheden. Tegelijkertijd is de brandveiligheid in de horeca sinds de brand in Volendam aanzienlijk verbeterd door strengere regelgeving, verbeterd toezicht en meer bewustwording. Ook kan er bij een beginnende brand adequater worden ingegrepen door getrainde bhv’ers en voldoende en goedgekeurde blusmiddelen. Absolute veiligheid bestaat echter niet; brandveiligheid blijft mensenwerk en een samenspel tussen verschillende partijen.
Ja. Drukke periodes kunnen extra risico’s met zich meebrengen, zoals een hogere bezetting, tijdelijke aankleding, intensiever gebruik van ruimtes en veranderd gedrag van bezoekers. Juist tijdens feestdagen is extra alertheid nodig van ondernemers, personeel en bezoekers.
Belangrijke aandachtspunten zijn:
Daarnaast is het essentieel dat personeel weet wat te doen bij een incident en dit ook met enkele regelmaat beoefent en bespreekbaar maakt. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is de verantwoordelijkheid van de horeca(ondernemer) zelf. Personeelswisselingen gaan vaak snel, waardoor de bijgebrachte aandacht voor brandveiligheid vaak ook verdwijnt.
Daarnaast verdienen jonge en/of ondernemers van buitenlandse origine extra aandacht; bij hen staat de ramp in Volendam vaak minder scherp op het netvlies.
Voor bezoekers geldt dat zij de aanwijzingen van het personeel moeten opvolgen en dat ze zichzelf bij binnenkomst ook zouden moeten oriënteren. ‘Waar zijn de vluchtwegen en voel ik me veilig?’
De brandweer vervult een adviserende en ondersteunende rol op het gebied van brandveiligheid. Dat gebeurt via controles, voorlichting, publiekscampagnes (zoals veilig feestvieren) en het gesprek met de sector. Iedere veiligheidsregio werkt daarbij volgens een eigen aanpak, passend bij de lokale situatie. De brandweer is niet continu in horecagelegenheden aanwezig; brandveiligheid begint bij de ondernemer zelf.
De verantwoordelijkheid ligt bij meerdere partijen:
Toezicht en handhaving zijn belegd bij gemeenten, waar nodig en indien relevant adviseert de brandweer op het aspect brandveiligheid. Er worden zowel planmatige als risicogerichte controles uitgevoerd. Na de verbeteringen sinds de brand in Volendam is de focus deels verschoven van frequent controleren naar bewustwording, overleg en voorlichting. Met name rondom drukke periodes (kerst, carnaval, Koningsdag, zomerfeesten en sportevenementen zoals bijvoorbeeld het WK-voetbal) vinden vaak extra controles en afstemmomenten plaats, hoewel dit per gemeente kan verschillen welke keuzes hier worden gemaakt.
Vanuit algemeen brandveiligheidsperspectief geldt dat alles wat open vuur, hitte of vonken veroorzaakt extra risico’s met zich mee kan brengen, zeker in drukke binnenruimtes met brandbare aankleding en veel bezoekers. Het beperken van dergelijke risico’s past binnen risicobewust handelen.
Wat is toegestaan, staat vastgelegd in wet- en regelgeving, zoals het Besluit bouwwerken leefomgeving en in vergunningsvoorwaarden. Ook zijn er richtlijnen – verwoord in de NTA 8007 – voor de brandveiligheid van decoratiematerialen. Ondernemers krijgen hierover informatie via de gemeente, brandweer en brancheorganisaties. Bij meer dan 50 aanwezigen in het pand hebben ondernemers een meldplicht. Daarnaast geldt het algemene advies: kies voor brandveilige materialen, voorkom open vuur en zorg dat vluchtwegen altijd vrij blijven.
Sinds Volendam is regelgeving aangescherpt, zijn controles geïntensiveerd en is sterk ingezet op voorlichting en bewustwording. Er is een duidelijke verbetering zichtbaar: versiering is vaak minder uitbundig aangebracht en voldoet veelal aan de eisen van brandvertraging, blusmiddelen zijn beter beschikbaar en personeel beter getraind. Tegelijkertijd blijven er uitdagingen bestaan, zoals vrije en toegankelijke vluchtwegen. Een aanvullende constatering is dat de combinatie horeca met wonen toeneemt en aandacht nodig heeft. Het wonen in de binnenstad neemt een vlucht door het woningtekort. Zaken waarbij het dan vaak misgaat zijn compartimentering en gebrek aan of blokkade van vluchtroutes.
Versiering kan een extra brandrisico vormen als deze niet brandveilig is of te dicht bij warmtebronnen hangt. Horecaondernemers worden geadviseerd om:
Door deze richtlijnen te volgen, beperken ondernemers het risico dat versiering bij contact met een hittebron of bij een incident bijdraagt aan brandontwikkeling of de verspreiding daarvan.
Ondanks genomen maatregelen kan er een brand ontstaan. Welke stappen volg je dan?