Het scenario draaide om een zwaar verkeersongeval op een rondweg, waarbij een vrachtwagen met gevaarlijke stoffen in botsing kwam met een touringcar en meerdere personenwagens. Het incident leidde tot tientallen gewonden en het vrijkomen van een chemische stof, met risico op verdere verspreiding. De situatie escaleerde snel en vroeg om grootschalige opschaling en internationale bijstand.
Voor de collega’s betekende dit een multidisciplinaire inzet, waarbij onder andere verkenningen en metingen werden uitgevoerd rondom de vrijgekomen stof en slachtoffers uit de voertuigen werden gered. Tegelijkertijd werd internationale ontsmettingscapaciteit ingezet en was er – binnen een gezamenlijke internationale commandostructuur – continue afstemming over bronbestrijding en het effectgebied.
De oefening stond in het teken van de EMRIC-samenwerking, waarin hulpdiensten uit de Euregio Maas-Rijn afspraken hebben gemaakt over grensoverschrijdende inzet. Daarbij werd niet alleen operationeel samengewerkt, maar ook nadrukkelijk gekeken naar alarmering, opschaling, communicatie tussen meldkamers en bestuurlijke afstemming.
Manager crisisbeheersing Petro Winkens (VRZL) onderstreept het belang van deze samenwerking: “De samenwerking in deze grensregio is een voorbeeld voor heel Nederland, en zelfs voor Europa. Wanneer bijvoorbeeld een Duitse ambulance in Nederland helpt, heeft die medicatie bij zich die hier op de verboden lijst staat. Daar hebben we regelgeving voor moeten maken.”
Op de werkvloer lag de nadruk op gestructureerd optreden onder druk. Officier van dienst Lesley Loyens verwoordt dat treffend: “Rumoer en chaos werken niet voor een hulpverlener. Rust behouden is veel belangrijker. Daar trainen we op.”