Dit artikel is geschreven naar aanleiding van de Natuurbranddialoog 2026 op 4 maart, georganiseerd door de Vakraad Incidentbestrijding en het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). Olav Strotmann, voorzitter van de Vakraad Incidentbestrijding en portefeuillehouder natuurbrandbestrijding, trad op als dagvoorzitter.
Strotmann is voorzitter van de Vakraad Incidentbestrijding, het landelijke gremium dat besluiten neemt over samenwerking en projecten op het gebied van incidentbestrijding. Zijn portefeuille gaat specifiek over hoe we een natuurbrand bestrijden. De Natuurbranddialoog ziet Strotmann als startpunt voor een landelijke aanpak en actie op repressief gebied. “Maar er zit al heel veel voorwerk aan vast. Op heel veel plekken is al iets gedaan op het gebied van natuurbrandbestrijding.”
Voor een belangrijk voorbeeld gaan we terug naar de zomer van 2025. Veertig Nederlandse brandweerlieden gingen in twee groepen naar Spanje, als onderdeel van het prepositioning-programma van de Europese Commissie. Ze draaiden mee met de lokale brandweer in de regio Galicië en werden ingezet bij echte natuurbranden.
Ze leerden bijvoorbeeld:
“Waardevolle kennis, die ze meenamen naar hun eigen regio.”
Strotmann ziet wel een aandachtspunt. “Veel regio’s hebben meegewerkt aan die ervaringen, veel professionals zijn teruggekeerd naar hun eigen regio. En dan bestaat het risico dat het net anders doorontwikkeld wordt. Prima, tot het moment dat je moet samenwerken.”
Olav Strotmann (VNOG, rechts) in Galicië, samen met Joes Anema (LOCC-KCR2) Anton Slofstra (VGGM). Bron: Edwin Kok
Een landelijke aanpak betekent niet dat alles overal hetzelfde moet worden, benadrukt Strotmann. “Alle regio’s hebben hun eigen voertuigen, hun eigen manier van werken en die is allemaal heel goed toepasbaar op de eigen situatie”, zegt hij. Nederland heeft bijvoorbeeld duinen, bos en veengebied. Elk gebied vraagt om een andere aanpak. “Elke regio maakt haar eigen keuzes, koopt eigen materieel en traint op haar eigen manier. En dat moet zo blijven.”
Waar het wel om gaat volgens Strotmann, zijn gemeenschappelijke uitgangspunten waar elke regio op kan voortbouwen. Geen blauwdruk, maar afspraken die in elkaar kunnen ritsen als het aankomt op samenwerken.
“Als er een grote duinbrand bij Wassenaar is en een regio uit Brabant komt voor assistentie, dan is het belangrijk dat die dezelfde procedures hanteert, dezelfde veiligheidsafspraken”, legt Strotmann uit. “Want dat moment komt. En dan moet het gewoon werken.”
Neem progressive hose laying, het aanleggen van een slangenlijn over grote afstanden om water naar een brand te brengen. “Ze leerden het in Spanje en Veiligheidsregio Noord-Holland-Noord is er al volop mee bezig. Maar als een regio die bijstand verleent een andere slangdiameter gebruikt, sluiten de slangen simpelweg niet op elkaar aan. Wat doe je dan?”
Progressive hose laying in Galicië, Spanje. Bron: Sam de Joode
In Spanje leerden de brandweerlieden ook meer te voet natuurbranden bestrijden. Nederland heeft al twee handcrews die specialistisch natuurbranden bestrijden, Handcrew Overijssel en Handcrew Zuid. Strotmann: “Dit zijn zware eenheden van twintig man die langdurig en autonoom kunnen worden ingezet bij grote branden. Voor een klein land is dat al meer dan voldoende”, zegt Strotmann.
De toekomst zit hem volgens Strotmann niet in het oprichten van nieuwe zware eenheden, maar in het slimmer uitrusten van bestaande eenheden. “Door te leren werken met handgereedschap om brandstof weg te halen en brandgangen te maken, breid je de gereedschapskist uit en maak je slim gebruik van handgereedschappen. Beter is het om aan de voorkant goede afspraken hierover te maken.”
Veilig en schaalbaar werken zijn de belangrijkste punten waar Strotmann afspraken over wil maken. Bij de prepositioning in Spanje werkten Nederlandse teams samen met tientallen luchteenheden en handcrews in een groot gebied. “Als organisatie wil je informatie hebben van alle ingezette eenheden, en dat ze allemaal vanuit hetzelfde operationele beeld werken, zodat de opschaling snel en effectief kan verlopen.”
Ook op het gebied van veilig werken valt nog veel te winnen. Natuurbranden gedragen zich anders dan brandweermensen gewend zijn. De brand bij de Edese heide liet dat zien. “Dan moet je je veiligheidsprincipes goed hebben”, zegt Strotmann.
Het netwerk Natuurbrandbeheersing heeft al uitgesproken het internationale LACES-principe te willen gebruiken, waarbij altijd een veilige vluchtroute en een veilige plek beschikbaar moeten zijn. “Dat kan een non-negotiable worden, voor elke regio, bij elke inzet.”
Olav Strotmann tijdens de Natuurbranddialoog op 4 maart 2026. Bron: Brandweer Nederland
Lessen uit het verleden wil Strotmann nu gebruiken om landelijk strakke kaders af te spreken. “Alles wat in het verleden is gebeurd, was nodig en goed om te staan waar we nu staan. Maar het verleden verplicht ons ook om het nu beter te doen.” De ambitie is helder: een brandweer die weet hoe natuurbranden te bestrijden. Die dat schaalbaar is, veilig opereert en regio’s ondersteunt in plaats van oplegt.
Tijdens de Natuurbranddialoog werkten zo’n 160 deelnemers aan een landelijke aanpak voor natuurbrandbestrijding. Dat deden zij onder meer in workshops over techniek, tactiek, operationele informatie en veiligheid. Elke workshop kwam tot 4 actiepunten die nu in het landelijke domein verder worden opgepakt. Alle deelnemers krijgen een terugkoppeling over de verdere aanpak. “Andere collega’s informeren we graag via kanalen zoals dit,” vult Strotmann aan.
“Uiteindelijk moeten we het met elkaar gaan doen. Echt, echt, echt samenwerken.”